Gelezen XI


Annick Vansevenant
voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M
Editie januari 2020

 

Fictie

De bruggenbouwer, Markus Zusak, The house of books, 2018****

Iets in dit boek is bekend en toch wereldvreemd. Er is sprake van een familie en die is er nauwelijks. Er vallen harde woorden maar de emotie is zachter dan verwacht. Hoever ga je mee? En als je mee gaat, wat laat je dan achter? Van het heden, van het verleden, van je familie, van jouw liefde? Waar is de grens? En is die grens wel jouw grens als je loopt tegen jezelf of tegen anderen die jou uitdagen en van jouw grens grof geld maken?
Misschien is dit boek wel de samenvatting van wat we aan familiale contouren aankunnen. Een mooie spanningsboog, goed geschreven, niet gemakkelijk verteerbaar voor emo’s. Kortom, een aanrader voor wie weet hoe sterk familieleden je leven bepalen. Wanneer neem je afstand en zou net die beslissing het startpunt kunnen zijn van een andere wending? Complex mooi. Dromerig en hard.

 

Melkboer, Anna Burns, Prometheus, 2019******

Dit is literatuur op z’n ruwst en eerlijkst. Dit is beklijvend en eigenlijk zonder weerga in de context van recensieschrijverij. Hierover schrijf je niet. Je leest dit boek. Voor mij was dit het boek van 2019. Hoe je vanuit de onderbuik schrijft, als vrouw, in Ierland. Met een twist, met hamburgers, seksuele spanning en macht, met macht als onmacht machtig vertaald en het harde dat volgt.
Dit boek lees je niet zomaar. Je legt het ook niet aan de kant. Het blijft ergens hangen en je weet ergens, als vrouw, dat dit vrouwen overkomt.
De stijl is niet aaibaar en leest dus traag ondanks de wens van de lezer om door te lezen. Dit boek wordt niet gelezen. Dit boek leest jou. Een afwisseling tussen lange en korte fragmentaire zinnen. Wisselend van standpunt. Maar altijd ‘vreselijk’  vleselijk levend.

 

De kat en de generaal, Nino Haratischwili, Meridiaan uitgevers, 2019*****

De auteur is geboren in Tbilisi (Georgië) en woont nu in Berlijn. In een vorige recensie besprak ik al haar roman ‘Het achtste leven’, eveneens een aanrader. Het was dus uitkijken wat deze roman zou brengen. Nu ja, roman?? Dit is een neerslag. Een bui van geweld, oorlog, macht en mens. Ook iets van schuld en boete en van eindeloosheid van lijden in tijd. Figuren die terugkeren en dan weer iets anders ontwikkelen. Hoe mensen zoeken naar mensen, gezichten herkennen en niet willen erkennen, en zich afvragen hoe en waarom mensen dan toch verkeerd deden met mensen.
Gewaagd qua opzet. Zeer nauw geschreven. Soms rauw. Dit boek is van een andere orde dan ‘Het achtste leven’. Hier wordt een oorlog, een voor ons totaal onbelangrijke oorlog ergens in Tsjetsjenië, tot aan je neusgaten gespeld.  Nog zo’n boek en voor mij mag deze auteur in 2025 de Nobelprijs literatuur krijgen.

 

Spion buiten dienst, John Le Carré, Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 2019****

De grootmeester van de (Britse) spionage heeft er weeral eentje gemaakt. Met alle respect voor de grootmeester: hier is een fabriek aan het werk zoals beroemde schilders hun ateliers hadden. Er wordt gemaakt, gelezen, verbeterd en uiteindelijk doorgestuurd naar de wereld. Met de handtekening van ‘The Master’. Maar of het nu John, Mary of Boris was die de pen vasthield… het is een goed boek. Een zeer eigentijds goed boek; Poetin, Brexit, Europa… de actuele politieke setting ontbreekt niet. De boeken van Le Carré lezen vloeiend. Het begin lijkt simpel, de personages worden goed gezet in tijd en ruimte. Je snapt alles tot je hapert, tot je opeens merkt dat een pointe jou voorbijging. Je keert terug. Hoe? Wat? Waar? Waarom? Een detail?  Wie is schuldig? Was de beginfase zo belangrijk of toch niet?
Het merkwaardige merk van spionagewerk als literaire vertaling. Niets is zoals het lijkt en het lijkt nochtans zo eenvoudig. Nooit komt er iets van bloed, bodem, marteling, afzien. En toch is het iets van dat. Of het nu al of niet Carré was, kan me niet schelen. Ik vind dit boek carrément bien!
Een ding is zeker: Boris Johnson zal dit boek nooit als favoriet aanduiden. Waarom? Mooie vraag voor de Slimste Mens.

 

 

Non fictie

 

Mosquito, Timothy C. Winegard, Thomas Rap, 2019***

Muggen zijn vervelende insecten. Ze storen mens en dier en zijn overal, ze zijn met veel en passen zich snel aan in nieuwe leefomgevingen. Volgens de auteur zijn zij de grootste ‘killers’ op deze planeet. Reden genoeg om dit boek te lezen.
Het begint beloftevol. De inleiding geeft je als onwetende aardebewoner eventjes een ‘oei’-gevoel. Muggen? Lastig. Maar dat ze zo hardnekkig moordend toeslaan dankzij een bijna onopvallende prik, is toch wel grandioos en maakt nieuwsgierig. Mosquito’s zijn bloeddorstiger dan de mens en uitgerust om de mens nog jaren, eeuwen, te overleven. De eerste 70 bladzijden van dit boek heb ik verslonden.
De auteur is een historicus. Dat is jammer. Want na een superboeiende inleiding krijg je te veel van hetzelfde: hoe oorlogstroepen door een te langdurig verblijf in moerasgronden de oorlog verloren en zo de loop van de geschiedenis bepaalden. Of hoe veroveraars muggen meebrachten en inheemse bevolkingen nieuwe ziektes bijbrachten. Soms correct, soms iets te ‘fantastisch’ gebracht. Een paar goede anekdotes kunnen altijd, maar als die gespreid worden over honderden bladzijden krijg je opeens een teveel aan mug.
Er valt iets voor te zeggen om dit boek aan studenten (16-18 jaar) mee te geven als combinatie van geschiedenis, wetenschap en aardrijkskunde. De invalshoek prikkelt en is een manier om veldslagen anders te bekijken en dus beter te onthouden. Maar jeuk die blijft duren, is vervelend.

 

 

Doordenken over dooddoeners, Ignaas Devisch-Jean Paul Van Bendegem, Polis, 2019**

Alles wat in dit boek staat is waar, Maarten Boudry en Jeroen Hopster, Polis, 2019****

Nu twitteren en tweeten de modus vivendi is, komen diverse denkende filosofen op de proppen met boeken over sofismen in de gewone omgang, de ‘toogpraat’. Dat mag en moet. Het is altijd leuk en soms zelfs hilarisch om te zien hoe je wijsheden overneemt zonder enige vorm van nadenken, zonder twijfel. Je neemt het aan. En hoe meer mensen dit aannemen, hoe sterker het wordt. Soms lijkt het wel een inspiratiebron voor stand-upcomedians. Niet te verwarren met een aantal politici die we vaak zien verschijnen in het nieuwsbulletin.
Een belangrijk signaal dus in deze politieke tijden. Eenzelfde uitgeverij geeft kort na elkaar twee boeken uit die vergelijkbaar zijn qua opzet. Na lezing ben ik matig enthousiast.
Het boek van Devisch-Van Bendegem vind ik ondermaats. Te snel, te flauw gereageerd. De insteek was goed, maar deze intellectuelen waren op dit moment niet verstandig genoeg om er meer mee te doen dan een paar flauwigheden achter elkaar te plaatsen. Het is niet omdat het over gemeenplaatsen gaat dat je zelf als auteur ‘flauw’ moet doen in het nadenken hierover.
Beter was het met Boudry en Hopster. Hier kreeg je toch even voer, even iets om je tanden in te zetten. Soms was de herkenning zo groot dat ik schaterde van het lachen. Zo mag en moet het zijn als je zaken op scene brengt. Dit boek is in zijn genre best ok.
Het zal misschien te maken hebben met mijn opleiding als fysicus. Maar verhelderend en nog altijd van kracht vind ik het boek van Alan Sokal en Jean Bricmont (‘Intellectueel Bedrog”, EPO De Geus, 1999).  Hier gaat het om hoe wetenschappelijke terminologie ongepast gebruikt wordt in andere domeinen om daar ‘waarheid’ te creëren. Voor wie echt diep wil graven in sofismen, is dit naar mijn mening een onderschat meesterwerk.

   

Gelezen X

 

Annick Vansevenant 

voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M

Editie maart ‘19

 

Fictie

 

Pachinko, Min Jin Lee, Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam, 2018*****

Familiegeschiedenissen zijn mijn ding niet. Generaties herhalen zich, overtreffen zich en zetten zich eindeloos verder in bijna… niets. Een vleugje romantiek, een historisch decor dat uiteraard varieert naargelang de generatie die aan het woord komt: dat is wat je kort door de bocht kan verwachten van een familie-epos. Epos als episodes die tot geeuwen leiden. Wat een verademing was dit boek. De geschiedenis speelt zich af tussen Korea en Japan en hoe Koreanen in Japan als tweederangsburgers werden beschouwd. Geld en het gokken, geliefd in die regio, is een rode draad in het verhaal. Fijnbesnaard maar ruw geschetst, een blikopener over het ons onbekende inter-Azië. Geen happy end maar wel doorspekt met goed uitgetekende figuren die bijwijlen zwak en bijwijlen krachtig zijn. Universeel herkenbaar. Correct geschreven.

 

 

Blackwell, Kevin ‘Valgaeren, Lannoo, 2018****

Aangekondigd als een gothic novel. Nu ja, wat betekent een titel, een woord, een categorie? Feit is dat het boek goed is opgebouwd en je vasthoudt van begin tot einde. In 1891 vergaat een schip in Whitby. Niemand overleeft de ramp. Blackwell, een beetje Holmsachtige figuur (onderzoeker en opiumverslaafde) gaat op onderzoek uit samen met zijn kompaan (Dr. Watson?). De twee ontdekken dat er één iemand aan boord was die al 200 jaar had moeten dood zijn. Gekoppeld aan een aantal moorden in Whitby vormt dit de basis van een spannend ontspannend boek. Tekstfragmenten van getuigen met het onderzoeksteam wisselen elkaar af. Ze volgen elkaar steeds nauwer op tot het einde zich sluit. 

 

 

Noorderzon, Patrick de Witt, Nijgh & Van Ditmar, 2018****

Van dezelfde auteur las ik een paar jaar terug ‘De gebroeders Sister’, een voor mij erg vermakelijk absurd gegeven als een literaire spaghettiwestern. Nu spint het boek zich rond een excentrieke moeder met haar afhankelijke zoon en hun kat. Spilfiguren als parodie op ‘cult zonder cent’. Hebben ze geld of niet? Behoren ze tot de upper class of niet? Zetten ze iedereen op het verkeerde been? Op alles kan met ja en nee geantwoord worden. Je hebt de feiten en er is de beschrijving van een feit die opeens vanuit een andere invalshoek gebeurt. Dat maakt het bijna tot een film en totaal ongeloofwaardig tenzij je het als een training in flexibiliteit beschouwt: gewoonweg meegaan met het absurde van het bestaan en in de kleine verhalen de grote trekken van ieder mensenleven herkennen. Hilarisch en leuk. Maar niet iedereen houdt van de Witt: controversieel voor lezers. Daarom des te boeiender.

 

Heterdaad, Johan Harstad, Uitgeverij Podium, 2018****

Het begint al goed: een detective die ‘Heterdaad’ noemt. Je wordt meegenomen in teksten zoals korte filmfragmenten. Korte zinnen, acties, reflecties op acties gevolgd door een abrupt einde of nog een rare reflectie. Zo krijg je detective Heterdaad ten tonele in een 15-tal fragmenten (microromans) telkens onderverdeeld in zeer korte hoofdstukken. Maar het boek zit nog vreemder in elkaar: de eindnoten – opgemaakt in een typische eindnotenstijl en dus kleiner van font - zijn eigenlijk langer dan het boek en bevatten heel veel reflecties van de schrijver die schrijft over de schrijver die over Heterdaad schreef. Als je dit leest, dan is Kierkegaard niet veraf: de schrijver of filosoof die schrijft over wat een ander schreef over een ander. Spiegelteksten. Het existentialisme is verrassend nabij en ook verrassend lichtvoetig. Zeer leuk, alleen zeer vervelend om telkens flappen te moeten omslaan bij het lezen, wat me deed twijfelen tussen drie of vier sterren. Gelukkig is het boek van een inslagcover voorzien, dat helpt enorm. 

 

 

1793, Niklas Natt och Dag, Prometheus, 2018*****

Een tuchtwachter in Stockholm (1793) wordt opgeroepen en vindt een lijk zonder armen of benen. Duidelijk wel menselijk. Dan ontstaat een verhaal van een aan onderzoeksrechter lijdend aan tbc, een dwarse tuchtwachter en een historische Europese achtergrond volop in beweging: de Franse revolutie, de val van de adel, de corruptie in hoge kringen, de armoede op straat.

Het boek is fantastisch goed opgebouwd. Mocht het een film zijn, komt automatisch de waarschuwing “niet voor gevoelige kijkers”. Maar een boek creëert meer afstand dan filmische inkijk. De intrige en de vragen zijn belangrijker dan de afgrijselijke beschrijvingen van hoe lijken er uitzien en waarom mensen waanzinnig met andere mensen omspringen. Het blijft leesbaar maar vooral ook door de opbouw verrassend intrigerend. Voor mij een kanjer in zijn genre. Mocht een boek een geur afgeven, dan waan je je in de riolen van de samenleving. Toen. En nu?

 

 

 

Non-fictie

 

Het koninkrijk van de angst, Martha C. Nussbaum, Uitgeverij Atlas Contact, 2018****

Is Nussbaum een filosoof? Nee. Is Nussbaum een politicoloog? Nee. Is Nussbaum een jurist? Nee. Is Nussbaum een psycholoog? Nee. Maar kan Nussbaum een genuanceerde verbinding maken tussen filosofie, politiek en emoties? Ja. Zeker en vast. Daarom behoort ze tot mijn favorieten in het denken over mens en samenleving. Genuanceerd en Amerikaans. Het klinkt als een contradictio in terminis. Maar door een goede structuur, een opbouw vanaf de basis zowel wat betreft klassieke denkers als psychologische inzichten en daarop maatschappelijk verder bouwend met hedendaagse tendensen, doorspekt met heel veel voorbeelden, levert Nussbaum altijd weer een sterk boek af. Het lezen ‘woord-waard’ in een verwarrend en angstig Trump-tijdperk. Fascinerend is hoe zij ‘angst’ eerst psychologisch benadert, vanuit de vroege kindertijd, om dan hiermee een geloofwaardig verhaal op te zetten naar maatschappelijke trucs om emotioneel angst uit te spelen. Angst als trigger. Het werkt duidelijk. Dit Nussbaum-boek staat voor mij samen met ‘Oplevingen van het denken’ (2004) op een gedeelde eerste plaats.

 

 

The lies that bind, Kwame Anthony Appiah, Profile Books, 2018*****

Leugenachtig aan politiek doen, bindt mensen. Leugenachtig optreden, bindt kapitaal. Leugenachtig mensen klasseren, bindt het verlies aan identiteit. Leugens binden mensen omdat leugens soms gemakkelijker zijn dan waarheid. En dat gaat over heel veel zaken zoals land, kleur, klasse, cultuur. We ontwerpen categorieën om mensen in onder te delen. Maar die categorieën kloppen zelden: mensen zijn niet te vangen in kastjes en wie dat doet en wil veralgemenen, vertelt leugens. Wie is wie, vraagt de auteur zich af. Zelf begint hij zijn boek met het verhaal van een taxirit in Brazilië: daar dacht de chauffeur dat hij Braziliaan was en sprak hem aan in het Portugees. In Kaapstad was hij een zwarte, in Rome dacht men dat hij van Ethiopië kwam. Hij is geboren in Londen, antwoordt hij als mensen hem vragen vanwaar hij komt. Maar dat willen ze niet weten. Vanwaar komt hij nu ‘eigenlijk’? Vanwaar en wat is hij? Wie is hij? Dat is het uitgangspunt van dit boek. Zeer confronterend. Omdat wie als blanke Vlaming geboren is in Vlaanderen, met ouders en grootouders uit Vlaanderen, niet snapt wat het is om in geen enkele categorie te passen. De vraag is of dit categorisch denken dan wel past. Dit boek werd nog niet vertaald, jammer genoeg.

 

 

Het tijdperk van de tovenaars, Wolfram Eilenberger, De Bezige Bij, 2018****

Duitsland tussen twee wereldoorlogen in. Een tijd van transformatie, van verwerking, maar ook van bitterheid omwille van het niet kunnen verwerken. Een transitietijd die het denkende Duitsland nu nog altijd op de kaart zet. De auteur voert parallel vier filosofen op: Heidegger, Wittgenstein, Cassirer en Benjamin. 

Vier denkers die een antwoord zochten op de plaats van de mens in een wereld die niet stilstond. 

Het leuke aan dit boek is dat het niet alleen over ‘pure’ filosofie gaat, maar ook de denker schetst in zijn wereld, in zijn leven. Het vallen en opstaan, de mislukkingen in de carrière, de conflicten, de kleine overwinningen en soms… de roem vrij laat achteraf. In die zin ook een aanrader voor de meer historisch geboeide lezer. Een mooi denk-beeldige roman over Duitsland tussen 1919 en 1929, telkens in hoofdstukken die een aantal jaren bundelen, in kroniek gebracht. Jammer dat de inhoudstafel die chronologische structuur niet helemaal duidelijk maakt.

 

 

 

 

 

Gelezen IX

Annick Vansevenant 

voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M

Editie oktober ‘18

 

Fictie

 

Reservoir 13, Jon Mc Gregor, Nieuw Amsterdam 2018**

Dit boek, zo verklapt de cover, was  genomineerd voor de Man Booker Prize (Long List) en als een winnaar van de Man Booker Prize (G. Saunders) dit een verbluffend kunstwerk vindt dan wordt de aandacht getrokken. Zeker als het zich afspeelt in hartje Engeland, een mysterieuze verdwijning van een tienermeisje het startpunt vormt en een klein dorp vanuit die invalshoek wordt benaderd.

Toch ben ik geen fan geworden van dit boek. Ritme en het natuurlijke va-et-vient van seizoenen waarmee de auteur als het ware een beetje de ‘Pont Mirabeau’ van Appolinaire in romanvorm wil brengen, mislukt. Het meisje is verdwenen, haar tijd staat stil. Even staat ook het leven van de dorpsgenoten stil en dan verhaalt de auteur hoe per jaar, seizoen per seizoen, het leven verder gaat. Elk jaar de kerstwake, het toneel, de eerste natte sneeuw, de vossen en vogels die koppelen. Wat mij stoort: leven daar geen andere dieren dan vossen, merels en goudhaantjes? Hoeft het per se dezelfde herhaling te zijn? Op de duur kon ik nauwelijks de neiging onderdrukken om met een zoekfunctie het aantal gelijke zinnen in dit werk te zoeken… Ritme gedurende 13 jaar aanhouden (vandaar de titel) op een gelijkaardige manier is gewaagd. Hij doet het te gelijkaardig en mist daardoor een literair perspectief. Volgens mijn bescheiden mening is de auteur er niet in geslaagd zijn gouden idee te verzilveren. 

Enfin, de meningen zijn verdeeld. Maar daarom alleen al  blijft het boek het lezen waard want… schrijven kan Mc Gregor wel!

 

Alle verhalen, Leonora Carrington, Uitgeverij Orlando, 2018 ****

Leonora Carrington een ongewone vrouw noemen, is het minste wat je kunt zeggen. Surrealistisch kunstenaar, schrijver, gehuwd geweest met o.a. Max Ernst, opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en daar ontsnapt met haar nieuwe man naar Mexico… Zij werd 96 jaar oud. Haar kunstwerken en verhalen blijven de eeuwige jeugd behouden. 

“Alle verhalen” bevat een bundeling van de kortverhalen van Carrington. Een must voor wie ook haar beeldend werk beter wil begrijpen. Maar ook een must voor de lezer die houdt van het meest vreemde wat je maar kan dromen, een non-realiteit die nauwelijks te beschrijven valt. Haar passie voor dieren (paarden en hyena’s, vossen en everzwijnen) is soms bruskerend. Haar ergernis ten aanzien van kleinburgerlijkheid is evengoed mateloos. De kortverhalen zijn erg kort, soms vertonen ze een samenhang en soms niet. Vaak staat de nuchtere taal in contrast met de irreële context. Maar de wereld van Carrington is een mythische, boeiende wereld die in deze no-nonsense tijd jammer genoeg in de schemerzone geraakt. Zeer mooi en begeesterend om te lezen.

 

Lege harten, Juli Zeh, Ambo/Anthos, 2018****

Zeh is een geëngageerd schrijver. Een auteur die geen blad voor de mond neemt als ze futuristisch schrijft op basis van wat ze vandaag ziet in onze samenleving. Met verbeelding en realiteit maakt ze romans die literair hoogstaand zijn.

Britta en Babak helpen mensen met zelfmoordneigingen. Niet om ze zin te geven in het leven, maar om ze een kans te geven tot kamikaze, een opleiding tot zelfmoordterrorist. Hierop denken ze een monopoliepositie te hebben verworven tot een aanslag, gepleegd door iemand die geen klant was van hun kliniek, onrust wekt. Nog meer onzekerheid ontstaat als ook de database wordt gehackt. 

Op zich een afgrijselijk scenario; weliswaar iets over het randje maar nog net geloofwaardig. Heel mooi is ook hoe Zeh een passage schrijft over Britta die met een fiets, zonder gsm, zonder pc… vlucht in de natuur en daar kan nadenken en zichzelf terugvindt om dan net als een Afghaanse bergtrooper opnieuw in de aanval te gaan. 

Het boek leest vlot, is kritisch van toon, amusant bij wijlen en verrassend vreemd. Wat mij bijblijft, is hoe Zeh merkt dat in deze samenleving een ‘cover’ de lading niet dekt en die lading zelfs niet ontdekt wordt door mensen in de vriendenkring van deze undercoverwereld. Uiteindelijk een boek over een desolate maatschappij. Eenzaam. Lege harten, niet toevallig de naam van Britta’s concurrent.

 

 

 

Poëzie

 

Het Liegend Konijn, Jozef Deleu, Polis, 6-maandelijkse uitgave (april – oktober) *****

Dit had ik al eerder moeten melden. Dit konijn liegt nooit. Het lachend en liegend beest geeft ons wel halfjaarlijks een nestroof van nieuwe gedichten uit Vlaanderen en Nederland. Poëzie in een toch wel lijvige uitgave onder redactie van Jozef Deleu. Een mix van bekende namen en debutanten, een mix ook van stijl en thema’s. Dat laatste een beetje onder voorbehoud want in de reeks waren ook een paar nummers thematisch geordend zoals bv. “Veranderlijk” in 2017 en “Oorlog” in 2014.

Dit is een initiatief zonder weerga omdat je voor minder dan 20 euro een aantal gedichten van een veertigtal (on)bekende poëten kan lezen. Eindelijk eens geen verzamelbundel à la retrospectieve maar een prospectus van wat poëtisch Vlaanderen en Nederland straks voorstelt. Heerlijk om even van dichtbij te veilen en straks meer te lezen van een dichter die bevalt.

Non-fictie

 

Sapiens, Yuval Noah Harari, Uitgeverij Thomas Rap, 2018****

Homo Deus, Yuval Noah Harari, Uitgeverij Thomas Rap, 2018***

 

Twee boeken ineens, dat lijkt raar maar bij het fenomeen Harari is het misschien gewoonweg gewoon. Intussen ligt er ook al een derde boek van hem in de boekhandel (“21 lessen voor de 21ste eeuw”). Zonder overdrijven kan men spreken over een ware Harari-rage.

Waarom begeestert een docent geschiedenis aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem de groten der aarde? Zoals Obama en Gates deden en in eigen land twee grote artikels in De Tijd verschenen en zelfs de rector van de VUB het oeuvre plaatst op haar lijstje van de vijf boeken die haar leven veranderden?

Je bent niet meer ‘mee’ als je Harari niet las. Dat is klaar. 

Is het dan zo goed? Loont het echt de moeite?

Ik vermoed dat een groot deel van de hype komt door de begeestering die Harari zelf in zijn boeken legt. Hij is een docent geschiedenis en dus is het geen puur filosofisch verhaal, maar eerder verhalend en verhelderend dankzij veel voorbeelden. Dat maakt het toegankelijk, zijn werken lezen als een trein en in de loop van een boek schuwt de auteur de herhalingen niet. Herhaling is de moeder van het geheugen en zo krijg je steeds meer Harari-kost ingelepeld. Daarnaast is er ook de holistische benadering: evolutietheorie, wetenschappelijke en technische vooruitgang, de evoluties van de menselijke samenleving en de impact op de natuur… komen samen tot een geheel. 

De bijna frivoliteit waarmee Harari zaken samenbrengt, doet denken aan een langgerekte TED-talk. Boeiend, verhelderend, amusant. 

Vernieuwend? Niet echt want als historicus raapt hij feiten samen. Feiten uit diverse disciplines en daar al langer bekend zijn, vertaalt hij voor een breed publiek op een populistische wijze.

‘Sapiens’ vond ik desalniettemin een goed boek. 

De manier waarop hij imaginaire ordes beschrijft, zoals religies of een politieke ideologie, zet een mens terug met de voetjes op de grond, in alle bescheidenheid. Een mooi discours tegen retrowetenschappelijke theorieën als het anti-darwinisme. Maar als hij op een bepaald moment evolutionair humanisme (waarvan het Nazisme een typisch voorbeeld was) gelijkstelt of zelfs prefereert tav sociaal humanisme (socialistisch model) dan begin ik toch te twijfelen. Wat zegt hij nu eigenlijk behalve dat hij alles meent te zeggen? Is hier geen sprake van begripsverwarring omdat ‘evolutionair humanisme’ rekening houdt met evolutie en dat dit precies Harari’s stokpaardje is? Maar is evolutietheorie ook niet het verhaal van soortbinding, het voor elkaar zorgen? Wat is daar mis mee?

In ‘Homo Deus’, die ik dus een minder goede beoordeling gaf, voorspelt Harari een soort bionische mutatie van de mens zoals we die vandaag kennen. De toekomst heeft de mens niet meer nodig.

Dankzij de technische en medische vooruitgang, de ongekende grenzen van artificiële intelligentie wordt de mens straks een andere soort. Dat is namelijk de boodschap van evolutie: soorten verdwijnen, nieuwe soorten komen in de plaats. De mens zoals die nu bestaat, is vrij succesvol in evolutionair opzicht, maar vormt geen eindpunt in de (oneindige) evolutie. En, aldus Harari, het is de mens zelf die hier zijn transgressie en misschien zelfs het uitsterven van de menselijke soort bepaalt.

Voor de rest is het boek 50% herhaling van ‘Sapiens’ wat mij tegenhield om zijn derde boek te lezen.

Persoonlijk hou ik meer van de stijl van Klaas Landsman (fysicus) en Peter Sloterdijk (filosoof), auteurs die ik in een vorige blog beschreef. Degelijk denkwerk in natuurkunde en filosofie, niet te veel experimenteel zaken aan elkaar breien waarvan je niet weet of ze een lange houdbaarheidsdatum hebben en altijd het voordeel hebben dat ze kunnen getoetst worden. 

Harari is voor mij net iets te veel fictionair dan visionair en zoals elke hype overroepen maar wel boeiend!

 

 

Gelezen VIII

Annick Vansevenant 

voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M

Editie augustus ‘18

 

Fictie

 

Trage paarden, Mick Herron, Prometheus 2018*****

Als fan van John Le Carre begon ik aarzelend aan dit boek. Engelse spionage blijft begeesteren maar wie is en blijft meester van die begeestering? Intriges à la ‘sauce Anglaise’ blijven delicaat: of de saus pakt of je hebt een vuilbakrestje.

‘Trage paarden’ pakt. Zeer clever geschreven, goede dialogen doorspekt van emotie en cynisme en enig flegma. Een originele setting dankzij de trouvaille van ‘trage paarden’; de naam voor een groep uitgerangeerde Engelse spionnen. Ooit werden zij een fout aangewreven, hun bestaan bestaat erin data en formulieren te verwerken. Dat is het lot van het hoofdpersonage River Cartwright. Tot een gijzelingsdrama Engeland verlamt. Iedereen schiet in gang, zelfs de trage paarden zo blijkt. Het boek houdt stand tot het eind. Voor mij een meesterwerk in het post-Carre-tijdperk. Absoluut een must voor de liefhebbers van het genre. 

 

 

 

Wit, Han Kang, Nijgh & Van Ditmar, 2017 *****

Wat maakt een leven wit? En wat maakt een auteur van wit? Hoe kleurrijk kan ‘wit’ beschreven worden en welk verdriet schuilt achter een woord, een zin die bijna achteloos lijkt neergeschreven?

Voor mij toch wel de ontdekking van deze zomer, een zomer wit van zon. De auteur (Zuid-Korea) was de jongste tweelingzus en haar zus stierf twee uur na haar geboorte. Een gezicht als rijstmaanpapier. Als West-Europese lezer grijpen haar teksten je naar de keel. Ze zijn anders. Niet van ons en toch universeel herkenbaar. 

Een boek als kleinood. Een boek om bij te houden. Altijd. Want verdriet, melancholie en verlangen tekenen mensen ongeacht hun achtergrond. Alleen de taal en de uitdrukking van hoe het wordt gezegd, verschilt.

Met een pluim ook voor de mooie uitgave van een uitgeverij die weet dat dit geen bestseller wordt. Maar wel best gelezen wordt.

 

 

Het enige verhaal, Julian Barnes, Atlas Contact, 2018****

Een  jongeman ontmoet een oudere vrouw op een tennisveld. Bij andere auteurs die op die manier beginnen, leg je met enig afgrijzen het boek terug. Maar we hebben het over Barnes. De auteur die simpelweg de diepste emoties raak neerzet, zelfs in een ogenschijnlijk belachelijke context.

De eerste bladzijden staan vol van liefde, zoals je die nergens verwoord (beleefd?) krijgt. Als lezer krijg je enigszins argwaan: hoe houdt Barnes dit vol? Hij houdt het vol dankzij een verdronken liefde van alcohol. Een liefde sterft uit. Beetje bij beetje. Slok na slok. En hoe de verliefde jongeman ook beetje bij beetje zijn liefde inslikt teneinde zelf te overleven.

Voor mij is dit niet het beste boek van Barnes. Vorige werken als ‘Hoogteverschillen’, ‘In ogenschouw’ en ‘Het tumult van de tijd’ vond ik van een iets hoger niveau. Maar voor relaties waar alcohol primeert op het leven kan dit boek zeker ontnuchterend werken. 

 

 

De zee, een spiegel. Joseph Conrad, Van Oorschot Amsterdam, 2017****

Het betreft een boek dat meer dan een eeuw geleden werd geschreven (1906) en door Van Oorschot opnieuw werd uitgegeven. De auteur verliet zijn geboorteland Polen omwille van politieke moeilijkheden, werd op zijn zestiende zeeman, verkende alle wereldzeeën en vond uiteindelijk een vaste stek in Engeland.

De taal die Conrad hanteert, is nogal archaïsch en zeker wat betreft het reilen en zeilen van boten vrij technisch. Je hoort de vakman schrijven. Want in het spinrag van alle kennis over boten en hoe je die boten drijvend houdt, is er een constante: de liefde voor de zee en hoe de zee een spiegel is voor de mens. Je speelt niet met de zee, de zee speelt af en toe met jou en uiteindelijk gaat het vooral om een samenspel. Een boek van 1906 dat als geen ander de thematiek van de zee als omgeving scherp zet. 

Dit boek kan niet ‘groen’ zijn. Maar ondanks de vakkundige termen ontdekt de lezer het belang van water en de zee, een oerelement dat enkel met respect kan benaderd worden en tot beschouwing leidt.

Een onleesbaar mooi boek.

 

 

Ondine, Jennifer Vrielinck, Lannoo, 2018**

Een roman à la Kavijaks. Het verhaal van hoe een jonge vrouw opgroeit in het vissersmilieu, zich daarvan losmaakt en gaat studeren en toch nooit de band met haar Noordzee verliest. Een toegankelijk, herkenbaar boek met een taal doorspekt van ‘visserslatijn’ op z’n West-Vlaams. Het Hof van Commerce op z’n vissers dus. Dat maakt het leuk voor wie zelf herinneringen heeft aan die tijd daar ergens en is zeker ook leuk voor mensen die af en toe huizen aan onze kust. Het geeft je veel couleur local mee.

Toch is het boek iets te voorspelbaar en is het thema als dusdanig nogal oubollig. Een ontvoogdingsstrijd in een van de laatst resterende patriarchale fossiele gemeenschappen, zo lijkt het wel. Maar de auteur schrijft goed en zal zeker bij zon en zee de tijd heerlijk doen wegebben. Mooie vakantielectuur.

 

 

Opgestaan van de grond, José Saramago, Meulenhoff, 2008*****

Dit boek is een ander soort vakantieliteratuur. Nobelprijswinnaar Saramago schrijft volzinnen die het zelfs volhouden tot de punt na de zin. 

Zelf had ik het genoegen in het vroege voorjaar een wandelvakantie te kunnen ondernemen in Alentejo, een ietwat vergeten gebied in het binnenland van Portugal. Kurkeiken, honden en hun schapen, rivierbeddingen en ooievaarsnesten op de telefoonmasten… rijk als landschap, arm voor wie er leeft. Evora is er de enige stad van betekenis. In het boek beschrijft de auteur een familie-epos dat start in het begin van vorige eeuw. Hoe een binnenland beetje bij beetje wordt getekend en veranderd door politieke omwentelingen in een verre hoofdstad… maakt de roman hyperactueel. De Anjerrevolutie is voorbij maar nu en straks ontstaan nieuwe revoluties die zich niet louter hoofdstedelijk maar ook op het geïsoleerde platteland doortrekken. Alentejo of het binnenland van Portugal is het voorbeeld hier, maar je kan het verhaal met een beetje fantasie doortrekken naar Koerdistan, het platteland van China, het Zuid-Afrika beyond Kaapstad en Johannesburg? Een mooie roman die we graag het Witte Huis en zijn bewoners cadeau willen doen.

 

 

Non-fictie

 

Ik heb een vraag, Bart Goenen & Stephanie Dehennin, Van Halewyck, 2018*****

Weten en meer te weten komen via een boek, dat is pas een weetje! Als wetenschapper (fysicus) was dit voor mij een prachtvoorbeeld van hoe je jongelui – jongen mensen die niet lui zijn om te willen weten – nieuwsgierig maakt en ook van antwoorden voorziet.

Via de wetenschapssite ikhebeenvraag.be werden een aantal ‘rare’, ‘leuke’, ‘verrassende’, ‘boeiende’ vragen geselecteerd per item en dan aan een specialist in die tak van de wetenschap voorgelegd. Op die manier krijgen de vraagstellers een bevattelijk maar correct antwoord op hun vraag. De vragen betreffen aarde en oceanen en ruimte, leven en evolutie, geschiedenis en politiek, technologie en techniek, kunst en taal, filosofie en moraal… 

Enkele voorbeelden van de vragen:

“Maakte de oerknal veel geluid?”

“Waarom  heten de bovenste lagen van een gebouw ‘verdieping’ en niet ‘verhoging’?

“Bestaat het heden?”

“Is oneindig een symbool of een getal?”

Per bladzijde wordt een vraag behandeld. Voorzien van luchtige leuke illustraties. 

Kijk, als STEM een belangrijke richting is in het onderwijs dan mag minister Crevits dit boek introduceren en gratis meegeven aan alle STEM-gerechtigden.

 

 

Wat gebeurde er in de 20ste eeuw?, Peter Sloterdijk, Boom, 2018****

Tot mijn verwondering zag ik dat Sloterdijk een 70-plusser is. Maar dat geeft de auteur alvast wat experience om om te kijken naar de vorige eeuw. Wat gebeurde in die eeuw en wat zijn de repercussies op de tijd die komt?

Zoals altijd schuwt Sloterdijk de Nietzscheaanse stijl niet. Behoorlijk barok, lichtjes uit de maat en af en toe onvolgbaar. Maar boeiend blijft het altijd omdat het met hart en ziel geschreven is. 

Het boek bestaat uit hoofdstukken die los van elkaar kunnen gelezen worden. De vorige eeuw was zeker een gefragmenteerde tijd en dat blijkt. Wat mij trof was hoe het concept ‘cultuur’, als idee van uitdrukking, samenhang en bevestigen van waarden, niet langer cultuur is maar steeds meer een roofdier is geworden. Uit naam van cultuur worden barbaarse daden gepleegd. Cultuur wordt een manier om een volk op ruwe wijze te barbariseren.

Kijk, als zo’n idee je niet triggert om aan dit boek te beginnen, weet ik het ook niet meer. Nog twijfel? Lees dan alles over de listige rede en de kat in de koekenpan. Heerlijk verhelderend.

 

 

Avonturen bestaan niet, Simon Gusman en Arjen KLeinherenbrink, Boom, 2018*****

Twee jonge Nederlandse filosofen met namen die aan ridders doen denken, schrijven een boek over avontuur. Of beter; ze leggen uit waarom avonturen niet bestaan en uiteindelijk een fabel is. Jouw tanden witter dan wit door een tandpasta en dan hopen dat je het glazen plafond doorbreekt? De motor van jouw nieuwe SUV die je veilig leidt naar desolate gebieden terwijl je altijd stilstaat op de Antwerpse ring?

Heerlijk verhelderend zo’n werk. Omdat het de mythe van het avontuur doorbreekt. Omdat het ook de structuur van het avontuur verduidelijkt en je beseft waarom avontuur altijd iets is wat aantrekt. Ook al bestaat het niet. Niet echt.

Een prima boek, vlot en correct van structuur. Eentje die misschien geen topic vormt in het kader van het actuele denken maar toch erg belangrijk is om ons eigen denken bottom te geven. Zelf heb ik zeer genoten van dit boek en geef deze jonge Nederlandse filosofen met deze een fantastische pluim (op de Robin Hood-avonturenhoed die ze zeker niet dragen).

 

 

Naar alle onwaarschijnlijkheid, toeval in de wetenschap en de filosofie, Klaas Landsman, Prometheus, 2018*****

Het is moeilijk om het toe te geven maar Nederlanders blijven op dit moment het nieuwe denken te beheersen. Landsman schreef een boeiend boek over de delicate grens tussen samenloop van omstandigheden, onwaarschijnlijkheden en toeval binnen het actuele denken in wetenschap. 

De auteur begint zachtjesaan. Maar de fysicus in hem verraadt zich snel. Op vrij korte tijd krijg je zowel de speciale als algemene relativiteitstheorie, de kat van Schrodinger, de quantumtheorie en het al of niet overeind blijven van bijvoorbeeld de snaartheorie op je bord. Een onwaarschijnlijke brok vol waarheden.

Laat je echter niet afschrikken door de fysica. Lees er desnoods doorheen en onthou de essentie; hoe enorm klein de kans was dat wij mensen tot dit soort leven zijn gekomen. De onwaarschijnlijkheid die een aantal belangrijke natuurconstanten binnen een levensvatbare grens kregen, is bijna ondenkbaar. En die gedachte zet zich ook in alle wetenschapsdomeinen door.

Landsman is een fysicus die de filosofie en zelfs de religie niet weert. Godzijdank. Eindelijk opnieuw een synthese. Ditmaal niet vertrekkend vanuit dogma’s maar vanuit logica, waarneming en toetsen en altijd maar toetsen van die waarnemingen.

Een boek om even in vast te bijten. Maar voor wie graag wetenschap, filosofie en religie koppelt... is dit boek een doos van Pandora, die eenmaal geopend tot blijvende en boeiende discussies kan leiden.

 

 

Pagina 2 van 5