Woensdag, 05 april 2017 09:07

“Mijn boeken zijn een pleidooi tegen de versnelling.”

“Mijn boeken zijn een pleidooi tegen de versnelling.” Chris Ward

Liza Noteris - Peter Verhelst houdt halsstarrig vast aan beeldende woorden. Hij spreekt visueel, schrijft visueel en kijkt met een nietsontziende, gulzige blik om zich heen. Een blik die hem van kinds af aan vergezelt. Dat kijken vertaalt zich niet enkel in bijzondere poëzie, proza en theaterteksten, het is ook een indringende blik naar een wereld in verandering. En wat die wereld niet hoort te zijn, namelijk ongenuanceerd. Verhelst klimt op de literaire barricades en vecht voor verscheidenheid, complexiteit en begrip. Voor iets vechten is steeds de moeite waard, zelfs de kritiek die hij te verwerken krijgt.

Verhelst, een man van midden vijftig met krullend haar en een zachte blik, ziet er ontspannen uit. Zijn woonkamer is ruim: grote ramen, witte zetels, witte muren en, niet onbelangrijk, Sossa: een witte ‘onvoorstelbaar asociale’ kattin. Peter Verhelst kreeg meermaals erkenning voor zijn proza en poëzie. Voeg daar de Herman de Coninckprijs 2017, de Publieksprijs voor het mooiste gedicht en de publicatie van zijn nieuwe bloemlezing Koor aan toe en er is geen enkele reden om Verhelst niet aan een vragenvuur te onderwerpen. Hij schenkt water in en begint meteen over de kern van de zaak: “Mijn eeuwige drama is dat ik niet genoeg talent heb om een groots beeldend kunstenaar te zijn. Daarom schrijf ik zoals ik schrijf: beeldend. Ik zoek een literaire variant van beelden.”

Waarom zijn beelden sterker dan woorden voor jou?

“Ik geloof in de kracht van een beeld, veel meer dan in de kracht van een verhaal. Praten is bijna een belemmering voor mij. Naar beelden kan ik uren naar staren. Tot mijn verbazing zijn er mensen die maar drie seconden stilstaan bij een schilderij. De mens is een gemakzuchtig wezen, dat net als water de gemakkelijkste weg kiest.
We moeten ons kijken leren scherpen. Voor mij is kijken een vorm van denken, omdat ik wat ik zie in woorden omzet. Ik bezoek geregeld een plein of de luchthaven. Daar speelt zich de hele wereld af: mensen die bewegen of niet bewegen, elkaar aankijken of ontwijken… Dat is voer voor een schrijver!”

De kleine dingen, bedoel je.

“Ja, het gaat over details die enorm veel betekenis in zich dragen. Ik voel me als schrijver een soort paranoïde wezen. Of een vampier van jewelste, die in iedereen zijn tanden zet. Je pikt informatie schaamteloos van iedereen die passeert. Zo word je een gevoelige antenne die op een beschaafde manier snuffelt met al haar zintuigen. De ogen zijn het belangrijkste werktuig van een schrijver. Als een schrijver niet kan kijken, moet hij de boom inkruipen. (Lacht).”

 

Wil je het volledige interview lezen? Koop dan het tijdschrift VERZIN in De Zondvloed. Of abonneer je op VERZIN via http://creatiefschrijven.be/.

Gelezen 696 keer Laatst gewijzigd op Woensdag, 17 mei 2017 15:12