Zaterdag, 25 januari 2020 11:51

Een lezer blogt: Annick Vansevenant

Gelezen XI


Annick Vansevenant
voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M
Editie januari 2020

 

Fictie

De bruggenbouwer, Markus Zusak, The house of books, 2018****

Iets in dit boek is bekend en toch wereldvreemd. Er is sprake van een familie en die is er nauwelijks. Er vallen harde woorden maar de emotie is zachter dan verwacht. Hoever ga je mee? En als je mee gaat, wat laat je dan achter? Van het heden, van het verleden, van je familie, van jouw liefde? Waar is de grens? En is die grens wel jouw grens als je loopt tegen jezelf of tegen anderen die jou uitdagen en van jouw grens grof geld maken?
Misschien is dit boek wel de samenvatting van wat we aan familiale contouren aankunnen. Een mooie spanningsboog, goed geschreven, niet gemakkelijk verteerbaar voor emo’s. Kortom, een aanrader voor wie weet hoe sterk familieleden je leven bepalen. Wanneer neem je afstand en zou net die beslissing het startpunt kunnen zijn van een andere wending? Complex mooi. Dromerig en hard.

 

Melkboer, Anna Burns, Prometheus, 2019******

Dit is literatuur op z’n ruwst en eerlijkst. Dit is beklijvend en eigenlijk zonder weerga in de context van recensieschrijverij. Hierover schrijf je niet. Je leest dit boek. Voor mij was dit het boek van 2019. Hoe je vanuit de onderbuik schrijft, als vrouw, in Ierland. Met een twist, met hamburgers, seksuele spanning en macht, met macht als onmacht machtig vertaald en het harde dat volgt.
Dit boek lees je niet zomaar. Je legt het ook niet aan de kant. Het blijft ergens hangen en je weet ergens, als vrouw, dat dit vrouwen overkomt.
De stijl is niet aaibaar en leest dus traag ondanks de wens van de lezer om door te lezen. Dit boek wordt niet gelezen. Dit boek leest jou. Een afwisseling tussen lange en korte fragmentaire zinnen. Wisselend van standpunt. Maar altijd ‘vreselijk’  vleselijk levend.

 

De kat en de generaal, Nino Haratischwili, Meridiaan uitgevers, 2019*****

De auteur is geboren in Tbilisi (Georgië) en woont nu in Berlijn. In een vorige recensie besprak ik al haar roman ‘Het achtste leven’, eveneens een aanrader. Het was dus uitkijken wat deze roman zou brengen. Nu ja, roman?? Dit is een neerslag. Een bui van geweld, oorlog, macht en mens. Ook iets van schuld en boete en van eindeloosheid van lijden in tijd. Figuren die terugkeren en dan weer iets anders ontwikkelen. Hoe mensen zoeken naar mensen, gezichten herkennen en niet willen erkennen, en zich afvragen hoe en waarom mensen dan toch verkeerd deden met mensen.
Gewaagd qua opzet. Zeer nauw geschreven. Soms rauw. Dit boek is van een andere orde dan ‘Het achtste leven’. Hier wordt een oorlog, een voor ons totaal onbelangrijke oorlog ergens in Tsjetsjenië, tot aan je neusgaten gespeld.  Nog zo’n boek en voor mij mag deze auteur in 2025 de Nobelprijs literatuur krijgen.

 

Spion buiten dienst, John Le Carré, Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 2019****

De grootmeester van de (Britse) spionage heeft er weeral eentje gemaakt. Met alle respect voor de grootmeester: hier is een fabriek aan het werk zoals beroemde schilders hun ateliers hadden. Er wordt gemaakt, gelezen, verbeterd en uiteindelijk doorgestuurd naar de wereld. Met de handtekening van ‘The Master’. Maar of het nu John, Mary of Boris was die de pen vasthield… het is een goed boek. Een zeer eigentijds goed boek; Poetin, Brexit, Europa… de actuele politieke setting ontbreekt niet. De boeken van Le Carré lezen vloeiend. Het begin lijkt simpel, de personages worden goed gezet in tijd en ruimte. Je snapt alles tot je hapert, tot je opeens merkt dat een pointe jou voorbijging. Je keert terug. Hoe? Wat? Waar? Waarom? Een detail?  Wie is schuldig? Was de beginfase zo belangrijk of toch niet?
Het merkwaardige merk van spionagewerk als literaire vertaling. Niets is zoals het lijkt en het lijkt nochtans zo eenvoudig. Nooit komt er iets van bloed, bodem, marteling, afzien. En toch is het iets van dat. Of het nu al of niet Carré was, kan me niet schelen. Ik vind dit boek carrément bien!
Een ding is zeker: Boris Johnson zal dit boek nooit als favoriet aanduiden. Waarom? Mooie vraag voor de Slimste Mens.

 

 

Non fictie

 

Mosquito, Timothy C. Winegard, Thomas Rap, 2019***

Muggen zijn vervelende insecten. Ze storen mens en dier en zijn overal, ze zijn met veel en passen zich snel aan in nieuwe leefomgevingen. Volgens de auteur zijn zij de grootste ‘killers’ op deze planeet. Reden genoeg om dit boek te lezen.
Het begint beloftevol. De inleiding geeft je als onwetende aardebewoner eventjes een ‘oei’-gevoel. Muggen? Lastig. Maar dat ze zo hardnekkig moordend toeslaan dankzij een bijna onopvallende prik, is toch wel grandioos en maakt nieuwsgierig. Mosquito’s zijn bloeddorstiger dan de mens en uitgerust om de mens nog jaren, eeuwen, te overleven. De eerste 70 bladzijden van dit boek heb ik verslonden.
De auteur is een historicus. Dat is jammer. Want na een superboeiende inleiding krijg je te veel van hetzelfde: hoe oorlogstroepen door een te langdurig verblijf in moerasgronden de oorlog verloren en zo de loop van de geschiedenis bepaalden. Of hoe veroveraars muggen meebrachten en inheemse bevolkingen nieuwe ziektes bijbrachten. Soms correct, soms iets te ‘fantastisch’ gebracht. Een paar goede anekdotes kunnen altijd, maar als die gespreid worden over honderden bladzijden krijg je opeens een teveel aan mug.
Er valt iets voor te zeggen om dit boek aan studenten (16-18 jaar) mee te geven als combinatie van geschiedenis, wetenschap en aardrijkskunde. De invalshoek prikkelt en is een manier om veldslagen anders te bekijken en dus beter te onthouden. Maar jeuk die blijft duren, is vervelend.

 

 

Doordenken over dooddoeners, Ignaas Devisch-Jean Paul Van Bendegem, Polis, 2019**

Alles wat in dit boek staat is waar, Maarten Boudry en Jeroen Hopster, Polis, 2019****

Nu twitteren en tweeten de modus vivendi is, komen diverse denkende filosofen op de proppen met boeken over sofismen in de gewone omgang, de ‘toogpraat’. Dat mag en moet. Het is altijd leuk en soms zelfs hilarisch om te zien hoe je wijsheden overneemt zonder enige vorm van nadenken, zonder twijfel. Je neemt het aan. En hoe meer mensen dit aannemen, hoe sterker het wordt. Soms lijkt het wel een inspiratiebron voor stand-upcomedians. Niet te verwarren met een aantal politici die we vaak zien verschijnen in het nieuwsbulletin.
Een belangrijk signaal dus in deze politieke tijden. Eenzelfde uitgeverij geeft kort na elkaar twee boeken uit die vergelijkbaar zijn qua opzet. Na lezing ben ik matig enthousiast.
Het boek van Devisch-Van Bendegem vind ik ondermaats. Te snel, te flauw gereageerd. De insteek was goed, maar deze intellectuelen waren op dit moment niet verstandig genoeg om er meer mee te doen dan een paar flauwigheden achter elkaar te plaatsen. Het is niet omdat het over gemeenplaatsen gaat dat je zelf als auteur ‘flauw’ moet doen in het nadenken hierover.
Beter was het met Boudry en Hopster. Hier kreeg je toch even voer, even iets om je tanden in te zetten. Soms was de herkenning zo groot dat ik schaterde van het lachen. Zo mag en moet het zijn als je zaken op scene brengt. Dit boek is in zijn genre best ok.
Het zal misschien te maken hebben met mijn opleiding als fysicus. Maar verhelderend en nog altijd van kracht vind ik het boek van Alan Sokal en Jean Bricmont (‘Intellectueel Bedrog”, EPO De Geus, 1999).  Hier gaat het om hoe wetenschappelijke terminologie ongepast gebruikt wordt in andere domeinen om daar ‘waarheid’ te creëren. Voor wie echt diep wil graven in sofismen, is dit naar mijn mening een onderschat meesterwerk.

   

 

Gelezen 1016 keer Laatst gewijzigd op Donderdag, 30 april 2020 14:10